MIJN VADER

                     

(Uit: Das mutige buch, Erschienen im Klett Kinderbuch Verlag.)

Verkorte weergave van een verhaal van Toon Tellegen:

“Ik lag in bed.
Onder mijn bed lag een boef.
In het donker kroop hij onder mijn bed uit en boog zich over mij heen.
Hij zei verschrikkelijke dingen tegen mij.”

De boef probeert hem zelfs te kelen.
Maar als hij hard ‘help’ roept stormt zijn vader de kamer binnen.
Hij tilt de boef met een hand op, doet het raam wijd open en slingert de boef weg.

“Zie je hoe ik hem wegslinger?” vroeg mijn vader.
“Ja,” zei ik.
“Laag over de grond. Zo moet je boeven wegslingeren.
Nooit recht omhoog. Zal je dat onthouden?”

Volgens vader moet je een boef als je hem over het water gooit keilen. Dan stuitert hij op het water. Pak hem bij zijn voeten en draai hem in het rond. “Zo kan je hem keilen,” zegt vader.
Vader had ooit een boef gekeild en die stuiterde wel tien keer op het water. Daarna had hij hem nooit meer teruggezien.

Vader heeft daarna een plank onder zijn bed getimmerd, zodat er geen plaats meer was voor boeven.

(Het verhaal is te vinden in: Toon Tellegen: Mijn vader. Met tekeningen van Rotraut Susanne Berner. Uitg. Querido. Een prachtig boek.)

Marjoleine de Vos schrijft in 1994:
“Een vader hebben we allemaal gehad toen we klein waren. Sommige vaders waren er wat meer dan andere, sommige konden meer dan andere, sommige vaders waren groter en sterker, er waren zelfs vaders bij de brandweer of de politie of vaders die heel rijk waren. Maar zo’n vader als die van Jozef, nee, die zat er niet bij. De vader van Jozef kan namelijk alles. Niet bij wijze van spreken, maar echt. Alles. Hij heeft de wereld gered. Hij heeft een olifant teruggebracht naar Afrika. Hij heeft een boef het raam uitgegooid. Hij gaf al zijn geld aan een arm mens. Hij balanceerde op drie stoelen en een wereldbol in het circus. En hij is ook nog de grootste man die er bestaat.”